Pensioen en koopkracht

Kijk eens welke vrolijke brief er op de mat landde bij de 87-jarige moeder van Hordijk. Haar spectaculaire pensioen van € 805 per jaar (uiteraard bruto!) is gelukkig niet verlaagd. Maar … in de loop van de afgelopen jaren is haar koopkracht, als we die alleen op dit pensioen zouden baseren, wel stevig gedaald. Kan jij uitrekenen met hoeveel procent, bezien over de jaren 2011 tot 2016?

Bekijk de opgenomen tabel en ga er van uit dat de vermelde percentages prijsstijging betrekking hebben op het hele kalenderjaar, dat in de linker kolom is genoemd (dus, als voorbeeld: 2,3 % prijsstijging in het jaar 2012). In 2011 stegen de prijzen dus met 1,3 %, maar per 1 januari 2012 bleef het pensioen gelijk. In 2012 werd een gemiddeld boodschappenmandje 2,3 % duurder (let op, ten opzichte van de prijzen in 2012!), maar het pensioen bleef ook voor 2013 hetzelfde.

Vind je een berekening als deze lastig? Maak het jezelf makkelijk door de vraag te simplificeren: op 1 januari 2011 kon mevrouw Hordijk 805 repen Mars van € 1 kopen, dus voor totaal € 805. Op 1 januari 2016 zouden die 805 repen samen flink wat meer kosten (jij rekent dat bedrag uit). Mevrouw Hordijk heeft echter nog steeds dezelfde € 805 als budget. Hoeveel repen kan zij op 1 januari 2016 minder kopen? Hoeveel procent is dat minder dan op 1 januari 2011 ((nieuw -/- oud) / oud)?

Hordijk junior (dat wil zeggen: die is ook al 51 jaar) komt op afgerond 10 % koopkrachtverlies. Jij ook? Waarbij we nog niet weten met hoeveel de prijzen in 2016 gemiddeld zijn gestegen, maar met al wel de zekerheid dat het pensioen in 2017 opnieuw ongewijzigd blijft. Hoe iemands feitelijke omstandigheden ook zijn: er zit geregeld een flinke waarheid in nieuwsberichten over teruglopende pensioenen.

En als we toch bezig zijn (als uitstapje richting Economie): heb jij het verschil nog paraat tussen de begrippen waardevast en welvaartsvast?

Zie ook de tweede bijlage – een artikel uit de NRC van 16 september 2016.

Pensioenbrief Zorg en Welzijn

Koopkracht – NRC 16 september 2016

Artikel en opgave pensioenen

Hoe een kort artikel in de NRC (van 25 november 2016) de gemiddelde examenbikkel aan het denken en speuren zou moeten zetten: lees het eerste blad van het PDF-document achter de link. Op de bladen erna zie je een opgave plus de te raadplegen informatiebronnen uit het examen van 2016 (eerste tijdvak).

Kan jij het begrip ‘dekkingsgraad’ in verband brengen met de balans van een pensioenfonds? Heb je een beeld bij de berekening van de (totale) actuele verplichting, die bij een pensioenfonds op de balans staat (uiteraard aan de creditkant)? Waarom is het in dit verband cruciaal te weten hoe je de contante waarde van een toekomstige verplichting berekent? En als we toch bezig zijn: weet jij nog het precieze verschil tussen een procent en een procentpunt, en kan je dat verschil duidelijk maken met een eigen voorbeeld? Tenslotte een beetje buiten MenO en meer Economie, maar omdat vrijwel iedereen die MenO volgt examen Economie zal doen: als het ABP zegt dat ‘het opgebouwde pensioen in 2017 gelijk blijft’, garandeert dat dan een waardevast pensioen, een welvaartsvast pensioen of helemaal niets? Waarvan is dat precies afhankelijk?

Help jezelf door het stellen, maar zeker ook het (willen) beantwoorden van vragen als de bovenstaande. Allemaal naar aanleiding van een klein stukje in de krant! Maak natuurlijk ook de in het PDF-document opgenomen opgave. Succes!

Artikel en opgave pensioenen