Verkenning budgetresultaat

Tja, Hordijk heeft het vaker over cruciale theorie en toepassingen … maar ergens is het HEEL verstandig om op het terrein van de productie-calculaties een extra stevig vloertje te metselen.

In de les van 7 september 2017 gaven we een belangrijk vervolg aan opdracht 29 uit de bundel De Industrie van Stoffels. Dat vervolg – met een eerste toepassing van inderdaad cruciale begrippen! – vind je uitgewerkt in het bijgaande memo. Geef het de aandacht die je voor jezelf nodig hebt.

8 september 2017 – Verkenning budgetresultaat

Omkeervraag verschillen industrie

Als je alle basisgegevens krijgt, dan kan jij inmiddels de diverse componenten van een budgetresultaat en het verkoopresultaat uitrekenen, toch? Maar … kan je het ook ‘andersom’, wat op een examen veel voorkomt (om te kijken of je het echt begrijpt, als kandidaat voor een VWO-diploma)?

Kijk, schrijf, puzzel, reken en concludeer mee op basis van bijgaand filmpje. Als vaker: het betreft een in de klas verzonnen voorbeeld. Doe je best, het is heel belangrijke materie.

 

Budgetresultaten – handelsbedrijf

We vallen in zekere zin midden in het verhaal, en daarom: bestudeer eerst wat er op het bord staat, in de eerste seconden van het filmpje. Daarna gaan we, op basis van dit spontaan bedachte voorbeeld, nog een keer door de verschillende deelresultaten bij een handelsonderneming. Op basis van de netto-winstopslag-methode, uiteraard. Tot en met het vaststellen van het nacalculatorische bedrijfsresultaat, via twee aanvliegroutes. Heb je die al volledig in de vingers? Cruciale stof!

 

Toetsvraag verschillen industrie

Altijd lastig, maar als je het eenmaal hebt begrepen, dan is geen toets- of examenopgave over dit onderwerp voor jou nog (te) moeilijk. In het filmpje gaat Hordijk stap-voor-stap door een vraag met diverse verschillen (of ook: resultaten) in een industriële omgeving. Prijs- en efficiency, bezetting, verkoop, deel-budgetresultaten, via het verkoopresultaat aansluiting met het bedrijfsresultaat, waarbij we werken met een machine-uurtarief dat is opgebouwd uit een deel voor de constante en een deel voor de variabele kosten.

Van harte aanbevolen. Pak de toetsvraag er uiteraard bij (te benaderen via de link hieronder) en bestudeer voor het machine-deel (nogmaals) het bijgaande memo. En weet: oefen ook ‘andersom’, dus vanuit idee: het budgetresultaat op de lonen is € x, het prijsresultaat is € y, hoeveel arbeid is er dan kennelijk ingezet? Maak en deel je eigen tegenvragen!

Toetsvraag verschillen industrie

20 maart 2017 – Resultaten op machinekosten – in schema

 

Constante en variabele machinekosten

Ben jij nog wat onrustig onder gereken met diverse machinekosten (uurtarieven, constante en variabele kosten en resultaten op efficiency, prijzen en bezetting, al dan niet optellend tot een budgetresultaat)?

Dat is hopelijk voorbij als je het bijgaande memo regel-voor-regel en stap-voor-stap hebt doorgenomen. En ja, dat kan je zomaar een paar uur kosten. Examen doen is topsport bedrijven, dat zal je inmiddels weten. Doen, dus!

Met dank aan Uitgeverij Van Vlimmeren en hun methode Management en Organisatie in Balans: in het memo zie je twee daaruit overgenomen opgaven (naast een zeer relevante examenopgave). Succes!

7 februari 2017 – Constante en variabele machinekosten